top of page

Waarom onderzoek vaak te vroeg wordt ingezet

Ik krijg energie van het ontrafelen van complexe vraagstukken.


Vooral op het moment dat er al veel is nagedacht, de druk toeneemt om “iets te gaan doen” en de vraag ontstaat of onderzoek nodig is, terwijl nog niet helder is waar het nu écht over gaat. Voor veel organisaties is dat een lastig moment. Voor mij is dat precies waar het interessant wordt.


Wat ik vaak zie, is dat er een wens ontstaat om onderzoek in te zetten. Er ligt een vraag, een richting, soms zelfs al een plan. Maar wanneer je doorvraagt, blijkt vaak nog niet scherp welke beslissing dat onderzoek eigenlijk moet ondersteunen.


Daarom begint het werk voor mij bijna altijd met een stap terug. Niet bij het onderzoek zelf, maar bij het scherper krijgen van de keuze die er straks gemaakt moet worden.

Organisaties werken toe naar doelen zoals groei, verbetering of verandering. Onderzoek kan dan helpen om richting te kiezen, maar alleen als duidelijk is waar het aan bijdraagt. Zonder expliciete koppeling aan besluitvorming of beleid wordt zelfs goed onderzoek al snel te vrijblijvend en verliest het zijn waarde.


Dat vraagt soms om vertragen. Uitzoomen. Aannames expliciet maken. Scherp krijgen waar het vraagstuk werkelijk over gaat en wie uiteindelijk een keuze moet kunnen maken. Dat vertragen kan ongemakkelijk voelen. Soms zelfs irritant. Juist daarom is het nodig. Even langer stilstaan aan het begin leidt vaak tot meer helderheid en snelheid in de stappen daarna.

Alleen dan wordt onderzoek ingezet op een manier die daadwerkelijk waarde toevoegt.

Dit soort vraagstukken kom ik vaak tegen in de praktijk, bijvoorbeeld wanneer organisaties overwegen om onderzoek in te zetten ter onderbouwing van strategische keuzes.

 
 
bottom of page